Kennisbank

Home » Publicaties » Publicaties » Waarom melden mensen discriminatie wel of juist niet?
melden discriminatie

Waarom melden mensen discriminatie wel of juist niet?

Het lijkt zo eenvoudig: iemand discrimineert, dus je doet melding bij discriminatie.nl of bij de politie. Echter, in de praktijk blijkt dat nog niet zo eenvoudig. De beslissing om ervaren discriminatie te melden is complex. Verschillende factoren zijn hierbij van invloed. Uit onderzoek blijkt dat mensen afwegen wat het hen oplevert en wat het kost. Zo speelt bijvoorbeeld tijd een rol: kost het melden te veel moeite? Of weegt de emotionele steun die de melder ervoor terugkrijgen zwaarder? Naast dit soort rationele overwegingen spelen ook psychologische processen een rol (Kros et al., 2022). Bijvoorbeeld het gevoel van rechtvaardigheid. Hierbij gaat het niet alleen om de uitkomst, maar ook om de manier waarop iemand wordt behandeld: Luistert degene waar melding wordt gedaan respectvol? Voelt het proces eerlijk en transparant? En is de afhandeling onpartijdig? Een derde factor die meespeelt bij de keuze om al dan niet te melden is de sociale context. Mensen in verschillende maatschappelijke posities gaan anders omgaan met meldingen (Kros et al., 2022). Zo doen mensen met een hoger inkomen of betere sociale netwerken vaker aangifte dan mensen die minder middelen of steun hebben.

Institutionele barrières, zoals onbekendheid en slechte toegankelijkheid, spelen een grote rol bij de keuze om ervaren discriminatie niet te melden. Persoonlijke factoren, zoals emotionele belasting, twijfel, gewenning en copingstrategieën, beïnvloeden eveneens de meldingsbereidheid. In tabel 1 een overzicht van institutionele en persoonlijke factoren die van invloed zijn op de meldingsbereidheid.

Redenen om discriminatie niet te melden

Tabel 1

Redenen om niet te melden

Institutionele factorenPersoonlijke factoren
Onbekendheid met meldpunten: Veel mensen weten niet dat ze discriminatie kunnen melden bij een antidiscriminatievoorziening (ADV). Uit onderzoek blijkt dat 26% van de jongeren met een migratieachtergrond niet weet dat melden mogelijk is, en 24% kent de instanties niet (Van Hinsberg et al., 2018; Walz et al., 2017).  Twijfel over wat discriminatie is: Discriminatie is soms subtiel of verpakt in grappen, waardoor het, zowel voor gedupeerden als omstanders, moeilijk te herkennen is (Nelson et al., 2011; Sue et al., 2019).
Slechte vindbaarheid van ADV’s: Gemeenten geven aan dat meldpunten moeilijk te vinden zijn (Kros et al., 2022).Gewenning: Sommige mensen zijn zo gewend aan discriminatie dat ze het als normaal zijn gaan accepteren (Ens, 2016).  
Gebrek aan vertrouwen in instanties: Er is weinig vertrouwen in de effectiviteit van officiële meldpunten. Melders verwachten dat er weinig met hun melding gebeurt, vooral als daders onvindbaar zijn (Broekroelofs & Poerwoatmodjo, 2021; Verloove et al., 2024).Emotionele belasting: Het herbeleven van discriminatie is pijnlijk en kan het gevoel van eigenwaarde aantasten (minderheidsstresstheorie).
  Sociale norm: wanneer binnen een groep of organisatie niemand opkomt tegen discriminatie, wordt dit gedrag als acceptabel ervaren (Felten et al., 2021.Ontkenning of niet-herkennen: Mensen willen graag geloven in een eerlijke wereld of een meritocratie, waardoor ze discriminatie niet altijd (h)erkennen. Ook is het lastig patronen te zien als je alleen je eigen ervaringen kent (Ens, 2016).  
Aangeleerde hulpeloosheid: Jongeren denken weinig verschil te kunnen maken. Daarbij bevestigen ze elkaar in een gevoel van hulpeloosheid (Verloove et al., 2024).Angst voor gevolgen: Vrees voor wraak van de dader of niet serieus genomen worden speelt een rol (Ens, 2016; Vijlbrief et al., 2021).  
Schaamte en schuldgevoelens: Sommige gedupeerden voelen zich schuldig of schamen zich voor wat hen is overkomen (Felten et al., 2012).
Copingstrategieën: Melden past niet bij ieders manier van omgaan met discriminatie. Vermijdende of conformerende strategieën (zoals aanpassen om sociale insluiting te bevorderen) kunnen melden in de weg staan (Omlo, 2014; Noor, 2016).  
Angst voor stigmatisering: Mensen willen niet als ‘klager’ gezien worden (Ens, 2016). Ook zijn ze angstig voor juridische procedures en conflicten (Felten et al., 2024)

Bron: Samengesteld door de auteurs op basis van de literatuurverwijzingen in Kors et al. (2022) en aanvullend gezochte bronnen.

Als de focus ligt op straffen van plegers van discriminatie, dan lijkt de meldingsbereidheid ook verlaagt te worden (Felten et al., 2024). Het is lastig discriminatie te bewijzen, waardoor de drempel om te melden verhoogd wordt. Ook heeft hierbij de angst voor juridische procedures en conflicten een negatief effect op de meldingsbereidheid. Ook is de impact van straffen beperkt. Enkel de pleger wordt bestraft. Anderen leren hier minder van.

De meldingsbereidheid en het effect van melden stijgt als de focus komt te liggen op leren en verantwoording afleggen (Felten et al., 2024). De melder ervaart melden dan als minder bedreigend en meer constructief. Door te melden draagt de melder bij aan gedragsverandering bij de persoon en mogelijk zelfs de omgeving.

Melden is ook de wens om erkenning te krijgen

Voor veel mensen is melden vooral een manier om erkenning te vinden. Uit onderzoek (Andriessen et al., 2020; Wolf et al., 2022) blijkt dat het delen van hun ervaring en het gevoel gehoord te worden voor de meeste melders (82%) centraal staat. Zeven op de tien melders willen bovendien laten zien dat discriminatie een reëel probleem is. Vaak is er behoefte aan erkenning en excuses van de tegenpartij.

Bijna alle melders hopen dat hun melding een einde maakt aan de discriminatie die zij ervaren en nieuwe incidenten voorkomt. Toch is het de vraag of instanties hier altijd in kunnen voorzien. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) (Andriessen et al., 2020) wijst erop dat discriminatie moeilijk te bestrijden is en dat het voor organisaties een uitdaging blijft om daadwerkelijk verandering teweeg te brengen.

Wat kan je doen als je discriminatie ziet of iemand dat aangeeft zich gediscrimineerd voelt?

Allereerst is het belangrijk degene te erkennen in zijn of haar ervaring. Het praten over deze ervaring is al moeilijk. Des te belangrijker is het om degene serieus te nemen.

Ga er niet vanuit dat het om een eenmalig incident gaat. Vaak zijn er meerdere discriminatie-ervaringen voordat iemand erover gaat praten.

Kijk samen of en wat er eventueel aangepast kan worden, zodat de discriminatie niet meer voor komt. Op Discriminatie.nl bieden ze hiervoor ondersteuning.

Wil je meer inzicht in de mate waarin in jouw organisatie mensen discriminatie-ervaringen hebben of hebben gehad? Neem dan contact op.

Foto van Pexels.com; literatuurlijst op aanvraag beschikbaar.