Ik zit alleen in een grote collegezaal van de Universiteit van Southampton. Het is 2015 en ik heb net een sessie van de British Society of Gerontology (BSG) Annual Conference bijgewoond. Het was een sessie over een belangrijk thema – eenzaamheid – en de sessie was goed bezocht. Ik schat dat er zo’n 200 mensen in deze collegezaal kunnen en dat hij toch zeker voor 75% gevuld was. Een beetje achterin gezeten zag ik zo een aantal prominente hoogleraren zitten. Ik hoor hier bij, dit is mijn tribe.
6 identieke presentaties
De ene na de andere presentatie over eenzaamheid ontvouwde zich. Goed onderbouwd in de literatuur, methodologisch helemaal verantwoord en met zwaarwegende conclusies. Eenzaamheid in Wales, eenzaamheid in Nieuw-Zeeland, eenzaamheid in Schotland, etcetera. Overal is de omvang van het probleem groot. Overal zijn de gevolgen voor de gezondheid en het welzijn van ouderen groot. En elke presenator concludeert dat beleidmakers hier onmiddellijk iets aan moeten gaan doen. Aan het einde van de zes presentaties is er een rondje vragen en uiteindelijk bedankt de voorzitter iedereen en wordt er flink geklapt. Als laatste wijst de voorzitter iedereen erop dat er buiten koffie en koekjes klaarstaan. En de hele zaal stroomt leeg.
Wat gaan we doen?
Ik blijf in mijn eentje achter. Met één gedachte: “we” gaan helemaal niks doen. Natuurlijk zit er waarde in het aantonen van een probleem zoals in dit geval rondom eenzaamheid. En dat aantonen hebben we gedaan, met verve. Het is prima onderbouwd, methodologisch sterk en op legio plekken herhaald. En we kloppen onszelf op de borst en zeggen dat we belangrijk werk gedaan hebben. Maar is dat echt zo? We hebben geld gekregen om te onderzoeken wat we eigenlijk al wisten en hebben geconcludeerd dat het inderdaad zo is; eenzaamheid is een belangrijk probleem voor ouderen. We hebben geroepen dat het urgent was en dat er echt wat moet gebeuren en we hebben gewezen naar de beleidsmakers – want die kunnen het blijkbaar oplossen. We wassen onze handen schoon en gaan koffiedrinken. Met koekjes.
Werken als wetenschapper
Susan Leigh Star schreef ooit: “among other things Science is a job.” De 150 mensen op die dag in die zaal kwamen aangereisd uit alle uithoeken van het Verenigd koninkrijk en ver daarbuiten. Ze werden vrijwel allemaal betaald om daar te zijn en te presenteren of te luisteren. Ik ook. De academische wereld is een industrie die soms inzichten produceert die van groot maatschappelijk belang zijn. Maar het is ook een systeem dat vaak uitkomsten produceert die alleen van zelfreferentieel belang zijn. Door een wetenschappelijke gemeenschap en alleen relevant voor die gemeenschap. Ik doe onderzoek en schrijf artikelen voor journals die gelezen worden door mensen zoals ik die het vervolgens gebruiken om artikelen te schrijven in diezelfde journals die alleen gelezen worden door mensen zoals ik en daar kan ik dan weer een artikel over schrijven. Natuurlijk is het altijd wel gelinkt aan een groter (maatschappelijk) belang, maar lang niet altijd leveren we daar echt een bijdrage aan.
Maatschappelijk doel
En dat was nou niet waarom ik een onderzoeker ben geworden. Ik heb een analytische zijde die wil weten hoe het in mekaar zit, die gefascineerd raakt door onverwachte resultaten, waarvoor complexiteit alleen maar interessant is. In die zin ben ik absoluut een wetenschapper. Maar ik wil alleen onderzoek doen waar ik de wereld een klein beetje beter mee maak.
Mini-universiteitje
Hoewel het me die dag wel erg duidelijk werd, had ik het gevoel van die dag in Southampton al veel langer. Het was voor mij jaren daarvoor al de reden om van de universiteit over te stappen naar de hogeschool. En ik ben achteraf ook trots op wat we hebben kunnen beteken met het lectoraat Active Ageing bij Avans Hogeschool. Juist omdat het daar toen heel vaak niet alleen over de wetenschappelijke, maar ook over de maatschappelijke opbrengst mocht gaan. Maar de hogeschool wordt steeds meer een mini-universiteitje met dezelfde indicatoren voor succes die ik juist zo twijfelachtig vind.
De WHY van Trendbureau Gelderland
Met Trendbureau Gelderland doen we nu onderzoek zoals ik het altijd voor ogen gehad heb. Kwalitatief hoogwaardig en met direct maatschappelijk nut op allerlei thema’s zoals werkdruk, discriminatie, grensoverschrijdend gedrag etcetera. We geven mensen een stem, leggen problemen bloot, brengen concrete oplossingen in kaart én helpen desgewenst ook met het implementeren daarvan. Ik kan nu letterlijk de personen aanwijzen die zeggen dat ons onderzoek voor hen een verschil gemaakt heeft. En hoewel het runnen van een onderneming ook zijn eigen uitdagingen kent, geeft mij dit immense voldoening. Dat gevoel van die dag in Southampton ben ik nu eindelijk kwijt.